Caresheet

Bron: DutchGeckos

Introductie en verspreidingsgebied:

De Rhacodactylus auriculatus is een hagedis uit de familie Gekkota en behoort tot de onderfamilie Diplodactylinae. Hij komt voor in het zuidelijke deel van Nieuw-Caledonië. Ze leven daar in relatief vochtige gebieden, maar ook op de drogere gebieden van het eiland.

De gekko leeft vooral op hoogtes van ongeveer 3 tot 5 meter in struiken en lage bomen. In tegenstelling tot andere Rhacodactylus soorten wordt deze soort ook regelmatig op de grond aangetroffen.

Algemene informatie:

De auriculatus is de kleinste uit de Rhacodactylus familie met zo’n 12 centimeter van kop tot staart. Deze dieren hebben een vrij speciale bouw: ze hebben een hoekige kop, een fors (mollig) lichaam en een dunne staart. Bij volwassen of oudere dieren kan je duidelijk benige “uitsteeksels” op de kop zien waar dus hun Engelse naam vandaan komt.

De kleur en tekening op het lichaam kan enorm variëren, er zijn 3 patronen: reticulated, stripe en patternless. De kleuren varieren van wit, grijs, bruin, geel, oranje tot zelfs rood . Hierdoor is er ook een een hele “morphcultuur” ontstaan waardoor de “simpele” bruine dieren aan het verdwijnen zijn. In tegenstelling tot Rhacodactylus ciliatus groeit bij de auriculatus de staart wel weer aan als deze afgegooid is.

R. auriculatus is geen al te sociale gekko daarom is het altijd uitkijken of je dieren met elkaar kunnen opschieten. Vaak wordt er agressief op elkaar gereageerd, maar dit kan verschillen per dier. Het ene koppel vecht veel terwijl het andere koppel elkaar volkomen tolereert. In gevangenschap zullen ze rond de 10 jaar oud worden.

Terrarium:

Een terrarium van (lxbxh) 50x50x70 is genoeg voor een volwassen koppel, dit is nog ruim genomen om enige agressie wegens gebrek aan ruimte te voorkomen. Half volwassenen en jonkies kunnen in kleinere bakken gehouden worden zodat ze geen moeite hebben met het vinden van voedsel. 

Het klimaat waar deze gekko’s in leven is variabel en relatief koel, en dus zijn er geen speciale verwarmingselementen nodig, u zou de gekko’s zelfs op kamertemperatuur kunnen houden. Een ideale zomer temperatuur ligt rond de 21-26 °C, met ‘s nachts een lichte daling. ‘s winters gaan de dieren in winterrust, laat dan de lichturen zakken van 13 naar 9. De temperatuur zakt waarschijnlijk automatisch maar om toch een beeld te geven: overdag 20 °C en ‘s nachts 14-15 °C.

Wat betreft de luchtvochtigheid is het belangrijk om deze goed te hebben. Wanneer deze te laag is zal de gekko problemen krijgen met vervellen, voornamelijk bij het puntje van hun staart en tenen. Dit kan resulteren in het afknijpen van de bloedvaten, en uiteindelijk zal het vlees afsterven en afvallen. Als de luchtvochtigheid te hoog is dan kan dit leiden tot ademhalingsproblemen. Omdat het luchtvochtigheidsgehalte nogal verschilt door het jaar heen in Nieuw-Caledonië, is het moeilijk te schatten hoe hoog de luchtvochtigheid nou eigenlijk moet zijn. Een luchtvochtigheid van 55-70% zou voldoende moeten zijn. U zou er goed aan doen een luchtvochtigheidsmeter te kopen, op die manier weet u zeker dat u goed zit.

De dieren zijn erg temperatuur gevoelig, en kunnen in een hyperthermische shock raken wanneer ze aan hogere temperaturen worden blootgesteld. Zorg daarom voor goede ventilatie in de zomer en voor een thermometer. In de winter kan men een warmtematje aanbrengen in het terrarium, dit kan het beste in een van de onderste hoeken geplaatst worden zodat er een temperatuurverschil ontstaat. Zodoende kunnen de gekko’s zelf een comfortabele keuze maken.

Inrichting:

Er zijn uiteraard een aantal essentiële eisen waaraan de inrichting van een terrarium moet voldoen:

  • Waterbak: er moet ten alle tijden een waterbak aanwezig zijn. In het algemeen moet het bakje groot genoeg zijn voor de gekko om erin te kunnen zitten, en mag niet dieper zijn dan de schouderhoogte van de gekko. Dit voorkomt ongelukken en verdrinking.
  • Klimmateriaal: de R. auriculatus brengt zijn meeste tijd door in de onderste laag van de bomen. Om gelukkig en actief te zijn hebben de dieren dus klimmateriaal nodig: denk aan dikke takken, lianen stukken schors etc. Omdat de auriculatus nogal onhandig kan zijn moet er rekening gehouden worden met het gewicht van de gekko wanneer men takken uit kiest. Wanneer men hout van buiten kiest moeten dit eerst in een hete oven gedaan worden en vervolgens bevroren worden om alle (gifitge) sappen eruit te krijgen.
  • Schuilplaatsen: de dieren brengen nog weleens de nacht op de grond door, dus plaats niet alleen schuilplaatsen in de hoogte, maar ook op de grond, deze variatie stimuleert het jachtgedrag. Schuilplaatsen kunnen op vele manieren worden gecreëerd, denk aan stukken schors, bamboestokken, hout maar ook planten. Planten zorgen niet alleen voor schuil- en slaapplaatsen voor de gekko, het creëert een welverzorgde uitstraling.
  • Ondergrond: hoewel er hier veel meningsverschillen zijn, raden wij u aan om niet een losse ondergrond te nemen. Tijdens het jagen kan de gekko gemakkelijk zand of houtsnippers binnenkrijgen die zich zullen ophopen. De enige oplossing hiervoor is operatie, wat erg gevaarlijk is bij zulke kleine dieren. 

    U kunt dus het beste voor een ondergrond kiezen met een wat vastere vorm. Voor jonkies kan keukenpapier gebruikt worden, dit is niet alleen makkelijk vervangbaar, het zal de jonkies niet schaden. Volwassenen gedijen goed op cocopeat, maar zorg er wel voor dat de cocopeat goed op de grond ligt (druk het een paar keer plat) zodat de dieren er niet alsnog van zouden kunnen eten.

    Omdat de R. auriculatus geen woestijnbewoner is, is het niet nodig om zand te gebruiken. Zijn oorspronkelijke habitat bestaat uit de onderste lagen van het regenwoud, dus cocopeat is hiervoor geschikt.

Voedsel:

In het wild bestaat het dieet van de auriculatus uit non-citrus vruchten zoals vijgen, evenals de gebruikelijke insecten. Ze kunnen dagelijks of om de dag worden gevoerd, en dan het liefst ‘s avonds. Ze zijn dan niet alleen het meest actief, de voedseldieren kunnen zich snel verstoppen en kunnen de dieren bijten tijdens hun slaap. Het is daarom belangrijk dat ze worden gevoerd wanneer de gekko’s actief zijn.

Als voedseldieren heeft u een ruime keuze: krekels, sprinkhanen, kakkerlakken, meelwormen en wasmotlarven kunnen allemaal gevoerd worden. U kunt uw gekko verwennen met af en toe een pinky muis. Dit doet vooral de vrouwtjes goed wanneer ze gebruikt worden om te fokken, het maakt ze wat dikker en zorgt voor calcium in hun botten. Maar voer ze niet te vaak, pinky muisjes zijn erg vet en moeten niet gezien worden als deel van het dieet. Voer uw gekko geen Chilecomadia moorei, ookwel bekend als ‘butterworm’!

Erg bekend en geliefd is ook het Crested Gecko Diet, het is een goede aanvulling maar zeker geen compleet dieet. Het geven van voedseldieren is naast het Crested Gecko Diet nog steeds een must. Niet alleen zorgen voedseldieren voor een juist dieet, maar ze houden de dieren ook actief en bezig. U kunt dus het beste naast voedseldieren dit dieet of een fruitpapje geven.

Voortplanting:

Als de dieren uit winterrust komen en de vrouwen op gewicht zijn kan men aan de kweek beginnen. In deze periode kan het er vrij hard aan toe gaan, de vrouwtjes kunnen de mannetjes echt terroriseren, dus houd je dieren in de gaten!
Voeder de vrouwtjes goed tijdens de dracht want ze kunnen toch vrij sterk vermageren tijdens het kweekseizoen. Eitjes kunt u op kamertemperatuur uitbroeden maar u kunt ze ook in de broedstoof bij 26°C in vermiculiet leggen. Bij deze temperatuur komen de eitjes na ongeveer 80-90 dagen uit .

De opfok van de jongen is niet lastig, pas geboren dieren gaan in een bakje van (lxbxh) 20x20x20 tot ze 3 maanden oud zijn, dan gaan ze naar een grotere maat. Zet de jongen altijd apart, ze zullen anders snel hun staart kwijt zijn, in het wild zijn het tevens hagedisseneters dus een groter jong zal een klein jong wel eens durven opeten of een poging durven wagen.

Hanteren:

De dieren zijn in het algemeen vrij vriendelijk en vinden aangeraakt op opgepakt worden niet erg. Let er wel op dat je de dieren overdag niet te veel irriteert aangezien dit hun rustperiode is.

Translate »